Sabijn overwon haar depressie

Het gaat goed met Sabijn (31). Ze volgt een opleiding, loopt stage en haalt daar veel positieve energie uit. Dat was heel lang anders. Sabijn kampte jarenlang met sombere gevoelens, een eetstoornis en een persoonlijkheidsstoornis. Haar leven bestond uit opnames, intensieve therapieën en medicatie. Ze vertelt haar verhaal aan Sensoor om iedereen een hart onder de riem te steken. ‘Dit kan iedereen overkomen. En minstens zo belangrijk: je kunt er uit komen!’

Sabijn groeit op bij een moeder die alcoholiste is. Toch heeft ze een relatief normale middelbareschooltijd. Haar sombere periodes bagatelliseert ze. Het gaat pas echt mis als haar moeder vrij plotseling overlijdt. Sabijn is dan 25 jaar en woont al een poosje op zichzelf. Dat gaat met vallen en opstaan: op haar opleiding aan de hotelschool voelt ze zich eenzaam en ze kampt met sombere periodes. Maar voor de buitenwereld houdt ze de schijn op en is ze een vrolijke studente. ‘Als echte binnenvetter hield ik mijn problemen binnen, ik verloor mezelf in mijn eetstoornis en kreeg suïcidale gedachtes.’ Sabijn stopt tijdelijk met haar opleiding en volgt een intensief traject voor haar eetstoornis bij Rintveld. Daar wordt ze ook gediagnosticeerd met een persoonlijkheidsstoornis. ‘Ik schaamde me ervoor en hield alles verborgen voor de buitenwereld.’ Lichtpuntje is dat ze in deze periode haar vriend leert kennen.

Pieken en dalen
Er volgt een periode met enorm hoge pieken en diepe dalen, en ook in de goede periodes houdt ze sombere gedachtes. Tot vrij plotseling haar moeder overlijdt. ‘Ze had al veel lichamelijke problemen door haar alcoholverslaving, en was dakloos. Toch voelde haar overlijden alsof mijn basis wegviel. Alle voorgaande sombere periodes vielen in het niet met de zware depressie waarin ik toen terecht kwam. Alles kostte onvoorstelbaar veel moeite. Vaak lag ik ’s avonds als mijn vriend uit zijn werk kwam nog steeds in bed. Het was me gewoonweg niet gelukt om op te staan en iets te eten. Ik voelde me verlamd, zó moe, zó zwaar. Die zware tijd heeft zo’n twee jaar geduurd.’

Steun
Er volgen jaren van intensieve therapie, enkele opnames en een zoektocht naar de juiste medicatie. ‘Ik heb in die jaren heel veel steun gehad van mijn vader. Hij haalde me vaak even op, of hij kwam bij mij thuis werken. Dat was heel fijn, zelfs als ik alleen maar sliep. Zo was ik wat rustiger en minder alleen.’ Ook haar vriend was een grote steun voor Sabijn. ‘Toen ik depressief was, was hij er voor me. Hij kent me dus echt op mijn slechtst, en is toch bij me gebleven. Daar ben ik zo dankbaar voor. We wonen inmiddels samen en het gaat hartstikke goed.’

Goede dagen
Sabijn heeft haar leven weer op de rails. Ze benadrukt dat de depressie haar niet alleen maar slechte dingen gebracht heeft. ‘Het klinkt misschien raar, maar van nature ben ik best positief ingesteld. Die depressie is een ziekte, en nog steeds wel een schrikbeeld. De dagen duurden zo vreselijk lang. Ik was bang dat het nooit over zou gaan. Inmiddels kan ik dealen met af en toe een slechte dag. Ik geniet nu juist onwijs van alle dagen dat het wél goed gaat.’
Het overlijden van haar moeder en de depressie die daarop volgde, buigt Sabijn nu om tot iets positiefs. ‘Ik doe nu de opleiding Sociaal Pedagogisch Hulpverlener, en ik loop zelfs stage! Ik coördineer vrijwilligers die volwassenen begeleiden,  en ik begeleid zelf een lotgenotengroep voor jongvolwassenen met rouw. Ik merk dat ik als ervaringsdeskundige echt meerwaarde heb. Het geeft me positieve energie, na iedere stagedag fiets ik met een stralende lach naar huis.’

’s Nachts praten

Inmiddels bouwt ze haar behandeling bij het Ambulatorium in Utrecht af. Ze vindt het spijtig dat hun telefonische hulplijn is wegbezuinigd. ‘Het helpt enorm als iemand gewoon naar je luistert en er voor je is. Nu kan ik mijn vriend ’s nachts wakker maken om te praten. Maar ik wil niet altijd vrienden belasten op momenten dat ik me somber voel. Dus ik kan me goed voorstellen dat ik Sensoor nog eens nodig zal hebben. Zeker als ik stop met therapie. Jaren geleden heb ik zelf als vrijwilliger bij een telefonische hulpdienst gewerkt. En weet je, ik zie mezelf over een poos wel weer aan de andere kant zitten, om te luisteren.’